|
Wind-energie
wint aan belang: functionaliteit gaat boven lelijkheid en meer, groter en beter
is de toekomst. Maar als het even kan wel in zee graag.
De
windmolens liggen zwaar onder het vuur, omdat ze het landschap en de horizon
zouden vervuilen. Maar het gevecht tegen deze windmolens heeft weinig zin. Want
de komende jaren krijgen we er alleen maar meer. En ze worden ook nog een stuk
groter. En zo is de cirkel rond: we zijn en blijven een landje dat afhankelijk
is van de wind. En daar horen windmolens bij. Vroeger gebruikten we ze om graan
te malen, hout te zagen en complete gebieden droog te pompen en in te polderen.
Nu hebben we ze nodig om in onze groeiende energiebehoefte te kunnen voorzien.
Na
alle media-aandacht en Al Gore-overload kan het niemand ontgaan zijn: de
overheid wil nu echt dat we meer duurzame energie gaan gebruiken. Nu ligt dat
gebruik op zes procent, waarbij windenergie goed is voor de helft. In 2020 moet
dat 20 procent zijn.
Minister
Jacqueline Cramer van Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening en Milieu (VROM) meldde
onlangs dat ze de productie van windenergie op het vasteland wil verdubbelen,
van de huidige 1500 MW naar 3000 MW. Om dit voor elkaar te krijgen wil ze
bestaande windturbines vervangen door nieuwe, grotere varianten, die meer
stroom leveren. Het Milieu- en NatuurPlanbureau denkt dat die verdubbeling in
2020 wel gerealiseerd kan worden. Want waar de windmolens van nu 0,5 tot één MW
produceren, halen moderne uitvoeringen twee tot drie MW. Dan gaat het om
giganten met een lengte van ruim honderd meter.
De
keus voor windenergie is logisch: de opwekking is schoon en onuitputtelijk. En
het is goedkoper dan bijvoorbeeld zonne-energie. Er staan nu ruim 1800
windmolens op het vasteland. Waarvan bijna een derde in de Flevopolder. Dit
woud van windreuzen voorziet ruim een miljoen Nederlandse huishoudens van
groene stroom.
Ondertussen
klinkt de roep om de spuuglelijke windmolens ver weg in de zee te plaatsen,
steeds luider. Daar is klimatologisch gezien ook wel wat voor te zeggen: boven
op zee waait het meestal harder dan landinwaarts. En dat levert meer energie
op. Deze regering is voorstander van het plaatsen van windmolens in zee: in
2020 moet er een heel leger van windmolens uit zee oprijzen, met een
gezamenlijk vermogen van liefst 6000 MW. Het eerste windpark-op-zee werd in
april geopend door Prins Willem-Alexander. Ruim acht kilometer buiten de kust
van Egmond aan Zee draaien nu 36 windturbines met een gezamenlijk vermogen van
108 MW. Bij de bouw waren onder andere Shell en Nuon betrokken. Dat zo’n
windmolen-op-zee er wel relaxed uitziet, is te zien op een filmpje op www.noordzeewind.nl . En bij de plannen
voor het plaatsen van nieuwe windturbineparken in zee wordt gelukkig terdege
rekening gehouden met de drukbevaren routes op de Noordzee. Het zou toch wrang
zijn als een olietanker opscheurt, omdat hij tegen zo’n milieuvriendelijke windmolen
is aangeknald.
Nederland
is ondanks al deze inspanningen zeker geen koploper op het gebied van
windenergie. Waar ons land zo’n drie procent van zijn totale energiebehoefte
dekt met deze energievorm, is dat in sommige andere Europese landen een stuk
hoger. Duitsland en Spanje scoren zes tot acht procent, Denemarken zelfs meer
dan twintig procent. Wereldwijd staat nu ongeveer 55.000 MW vermogen aan
windturbines opgesteld. De Chinezen willen naar een vermogen van maar liefst
30.000 MW in 2020.
|