search
BiogaS International Search
spacer
BiogaS International
Hoofdmenu
Home
Nieuws
4GreenEnergy2
Diensten
Achtergrond informatie
Biomassa
Biogas
Bio-ethanol
Biobrandstoffen
Rijden op aardgas
Mestvergisting
Interessante links
Download
Contact
Zonne-energie
Aardwarmte
spacer
Home arrow Achtergrond informatie arrow Wind-energie

Wind-energie

Wind-energie wint aan belang: functionaliteit gaat boven lelijkheid en meer, groter en beter is de toekomst. Maar als het even kan wel in zee graag.

De windmolens liggen zwaar onder het vuur, omdat ze het landschap en de horizon zouden vervuilen. Maar het gevecht tegen deze windmolens heeft weinig zin. Want de komende jaren krijgen we er alleen maar meer. En ze worden ook nog een stuk groter. En zo is de cirkel rond: we zijn en blijven een landje dat afhankelijk is van de wind. En daar horen windmolens bij. Vroeger gebruikten we ze om graan te malen, hout te zagen en complete gebieden droog te pompen en in te polderen. Nu hebben we ze nodig om in onze groeiende energiebehoefte te kunnen voorzien.

Na alle media-aandacht en Al Gore-overload kan het niemand ontgaan zijn: de overheid wil nu echt dat we meer duurzame energie gaan gebruiken. Nu ligt dat gebruik op zes procent, waarbij windenergie goed is voor de helft. In 2020 moet dat 20 procent zijn.

Minister Jacqueline Cramer van Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening en Milieu (VROM) meldde onlangs dat ze de productie van windenergie op het vasteland wil verdubbelen, van de huidige 1500 MW naar 3000 MW. Om dit voor elkaar te krijgen wil ze bestaande windturbines vervangen door nieuwe, grotere varianten, die meer stroom leveren. Het Milieu- en NatuurPlanbureau denkt dat die verdubbeling in 2020 wel gerealiseerd kan worden. Want waar de windmolens van nu 0,5 tot één MW produceren, halen moderne uitvoeringen twee tot drie MW. Dan gaat het om giganten met een lengte van ruim honderd meter.

De keus voor windenergie is logisch: de opwekking is schoon en onuitputtelijk. En het is goedkoper dan bijvoorbeeld zonne-energie. Er staan nu ruim 1800 windmolens op het vasteland. Waarvan bijna een derde in de Flevopolder. Dit woud van windreuzen voorziet ruim een miljoen Nederlandse huishoudens van groene stroom.

Ondertussen klinkt de roep om de spuuglelijke windmolens ver weg in de zee te plaatsen, steeds luider. Daar is klimatologisch gezien ook wel wat voor te zeggen: boven op zee waait het meestal harder dan landinwaarts. En dat levert meer energie op. Deze regering is voorstander van het plaatsen van windmolens in zee: in 2020 moet er een heel leger van windmolens uit zee oprijzen, met een gezamenlijk vermogen van liefst 6000 MW. Het eerste windpark-op-zee werd in april geopend door Prins Willem-Alexander. Ruim acht kilometer buiten de kust van Egmond aan Zee draaien nu 36 windturbines met een gezamenlijk vermogen van 108 MW. Bij de bouw waren onder andere Shell en Nuon betrokken. Dat zo’n windmolen-op-zee er wel relaxed uitziet, is te zien op een filmpje op www.noordzeewind.nl . En bij de plannen voor het plaatsen van nieuwe windturbineparken in zee wordt gelukkig terdege rekening gehouden met de drukbevaren routes op de Noordzee. Het zou toch wrang zijn als een olietanker opscheurt, omdat hij tegen zo’n milieuvriendelijke windmolen is aangeknald.

Nederland is ondanks al deze inspanningen zeker geen koploper op het gebied van windenergie. Waar ons land zo’n drie procent van zijn totale energiebehoefte dekt met deze energievorm, is dat in sommige andere Europese landen een stuk hoger. Duitsland en Spanje scoren zes tot acht procent, Denemarken zelfs meer dan twintig procent. Wereldwijd staat nu ongeveer 55.000 MW vermogen aan windturbines opgesteld. De Chinezen willen naar een vermogen van maar liefst 30.000 MW in 2020.

 
spacer
Translation