Om de realisatie van een Biomassavergistinginstallatie mogelijk te maken dienen vooraf een aantal vergunningen te worden aangevraagd. Afhankelijk van de omvang van de installatie en de soorten biomassa die als input dienen voor de installatie, is de gemeente of de provincie het bevoegd gezag waarbij de vergunningen moeten worden aangevraagd.
Als u bij het opstarten van de vergunningaanvraagprocedures in het beginstadium meteen deskundig advies inschakelt op het gebied van vergunningen, met kennis en ervaring op het gebied van biogasinstallaties, is de kans op een positief besluit optimaal. Indien hieraan niet voldaan is blijkt de kans op een positief besluit in de praktijk veel kleiner. Veelbelovende projecten zijn in deze fase hierdoor vaak onnodig gestrand. Bijkomend voordeel is vaak ook dat de vergunningaanvragen dan ook optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Agripower Advice heeft de laatste jaren veel kennis en ervaringen opgedaan met het aanvragen van de benodigde vergunningen. Hierdoor is Agripower Advice uitstekend in staat om, met de aanwezige kennis en deskundigheid het gehele traject van vergunningaanvragen voor u te verzorgen.
Principeverzoek
Om vooraf een goede indicatie te krijgen van de kans van slagen, wat betreft de mogelijkheden en onmogelijkheden met betrekking tot de realisatie van een Biomassavergistinginstallatie, kan het bevoegd gezag verlangen dat er vooraf eerst een "verzoek tot medewerking" moet worden ingediend bij het bevoegd gezag. Dit wordt ook wel een principeverzoek genoemd. In dit verzoek wordt het bevoegd gezag verzocht tot medewerking voor de realisatie van het betreffende project. Aspecten die in een verzoek tot medewerking aan bod komen zijn onder andere de milieueffecten, bouwblokvergroting, het beleid, maar ook de planologische- (Ruimtelijke Ordening) en esthetische aspecten (welstandcommissie). Aangezien (helaas) wettelijk geen termijn is vastgelegd voor de behandeling van een verzoek tot medewerking, wordt de duur van dit traject uiteindelijk bepaald door de desbetreffende ambtenaar die het verzoek namens het bevoegd gezag in behandeling neemt.
Milieuvergunning
De volgende stap is het aanvragen van de milieuvergunning voor de installatie. Wat betreft dit soort projecten is het bevoegd gezag vaak onwetend en heeft veelal een grote behoefte kennis en uitleg. Daarnaast is het beleid ook vaak niet eenduidig.
Doordat deze factoren van essentieel belang zijn bij de totstandkoming van de milieuvergunning, kan de duur van de vergunningaanvraag worden versneld en de kans van slagen aanzienlijk worden vergroot wanneer men advies inschakelt van deskundigen die veel ervaring hebben op het gebied van vergunningverlening m.b.t. biomassavergistinginstallaties en mestvergistinginstallaties.
De milieuvergunningaanvraag bij gemeenten duurt in principe ca. 26 weken. Indien de provincie (Gedeputeerde Staten) bevoegd gezag is, kan dit oplopen tot ca. 32 weken. Deze termijnen zijn echter niet bindend; ze zijn afhankelijk van de snelheid van de behandelen-de ambtenaren. In de praktijk blijkt dan ook dat veel gemeenten meet tijd nodig zijn voor de behandeling van de vergunningen. Het inschakelen van deskundige hulp kan ook op dit vlak bijdragen aan een snelle en correcte afhandeling van de milieuvergunningaanvraag.
Artikel-19 WRO procedure
Wanneer het huidige bouwperceel qua grootte niet toereikend is voor de plaatsing van een Biomassavergistinginstallatie, dient tevens een procedure te worden opgestart voor het vergroten van het bouwperceel. Afhankelijk van de ligging, het bevoegd gezag en de omvang kan op basis van Artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) de mogelijkheid worden geboden om hiervoor vrijstelling te verkrijgen. In artikel 19 WRO wordt onderscheid gemaakt tussen een drietal procedures, welke onderling qua duur van elkaar verschillen;
- De zware vrijstelling, door de gemeenteraad te verlenen (tenzij de raad de bevoegdheid heeft overgedragen aan burgemeester & wethouders), na een verklaring van geen bezwaar van Gedeputeerde Staten (Artikel 19 lid 1 WRO);
- De lichte vrijstelling, een bevoegdheid van het college van burgemeester & wethouders, waarvoor soms een verklaring van geen bezwaar van Gedeputeerde Staten nodig is (Artikel 19 lid 2 WRO);
- Een algemene vrijstellingregeling voor kleine "kruimelgevallen" (Artikel 19 lid 3 WRO).
In de praktijk is gebleken dat bevoegd gezag in sommige gevallen aangeeft dat een artikel 19-procedure noodzakelijk is om medewerking te kunnen verlenen aan de plannen. Dit terwijl een artikel 19-procedure niet altijd nodig hoeft te zijn. Ook hierbij kan de ervaring van deskundige adviseurs uitkomst bieden en voorkomen dat er onnodige kosten worden gemaakt.
Ruimtelijke Onderbouwing
Wanneer er een artikel 19.1 of 19.2 WRO procedure dient te worden gevoerd moet deze worden voorzien van een goede Ruimtelijke Onderbouwing. Deze onderbouwing dient nader in te gaan op onderwerpen zoals o.a. de landschappelijke inpassing, beleid, ruimtelijke effecten, maar ook diverse milieueffecten (bodem, geluid, geur, luchtkwaliteit, water), afhankelijk van de aard van de gewenste inrichting.
Een goed onderbouwde Ruimtelijke Onderbouwing is van essentieel belang om de procedure met goed gevolg af te kunnen ronden. Agripower Advice heeft reeds diverse ruimtelijke onderbouwing-en verzorgd.
Bouwvergunning
Voordat met de bouw van een installatie begonnen mag worden, moet er naast een milieuvergunning ook tevens een bouwvergunning worden aangevraagd. Het moment waarop de bouwvergunning wordt aangevraagd hangt af van de wensen van de klant en de financier. Wil men alles zo snel mogelijk geregeld hebben, dan zal men de bouwvergunning gelijktijdig met de milieuvergunningaanvraag of tijdens de milieuvergunningprocedure kunnen aanvragen. Echter, dan loopt men wel het risico dat wanneer de milieuvergunning wordt geweigerd, de kosten voor de bouwvergunningprocedure eveneens (deels) zijn verloren. Wil men echter minder risico lopen, dan kan men besluiten om de bouwvergunning pas aan te vragen op het moment dat er al enige zekerheid is over de milieuvergunningaanvraag. Wil men helemaal geen risico lopen, dan vraagt men de bouwvergunning pas aan zodra de milieuvergunning definitief is verleend.
Voor de behandeling van de bouwvergunningaanvraag zal het bevoegd gezag leges in rekening brengen, wat bij de behandeling van de milieuvergunningaanvraag niet het geval is. De procedure voor de bouwvergunningaanvraag duurt wettelijk maximaal 12 weken. Het betreft een fatale termijn, wat inhoudt dat de vergunning binnen de termijn moet worden vergund of geweigerd. Indien de gemeente nog geen besluit heeft genomen, is de bouwvergunning dan "van rechtswege" alsnog verleend. De aanvraag van bouwvergunningen en de begeleiding van deze trajecten kan door ons worden verzorgd. Agripower Advice heeft dan ook al vele bouwvergunningaanvragen voor biomassavergisting- en mestvergistinginstallaties met goed gevolg afgerond. De ruime ervaring die hierbij is opgedaan komt uiteraard goed van pas bij nieuwe vergunningaanvragen.
MER (Milieu Effect Rapportage)
Een MER-rapportage is een instrument om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming bij de verlening van vergunningen. Een MER kan verplicht worden gesteld bij grootschalige projecten, onder andere in de agrarische sector. Voor een grote installatie groter dan 36.000 ton/jaar is een startnotitie MER en soms een volledige MER noodzakelijk om medewerking te kunnen krijgen voor de realisatie. De praktijk leert dat al snel 18 maanden in beslag worden genomen voor het gehele traject. Indien bedenkingen worden ingediend tijdens de inspraakprocedures kan deze termijn echter aanzienlijk uitlopen. De gehele MER-procedure kan door Agripower Advice worden verzorgd.
Gelukkig is een MER voor vergistinginstallaties "op boerderijschaal" vaak niet aan de orde, waardoor de vergunningen relatief snel doorlopen kunnen worden.