|
Onderzoekers zien geen grote risico's voor CO2-opslag bij Barendrecht
|
|
Er lijken geen grote risico's aan de ondergrondse opslag van CO2 verbonden. Dat blijkt uit de resultaten van de drie aanvullende onderzoeken rond de CO2-opslag Barendrecht op 29 oktober bekend zijn gemaakt. De ministers Cramer van VROM en Van der Hoeven van EZ en gedeputeerde Van Heijningen van de provincie Zuid-Holland hadden opdracht gegeven tot de onderzoeken. De ministers moeten binnenkort een besluit nemen over de opslag van CO2 onder de Barendrechtse wijken Carnisselande en Ziedewij. .
TNO heeft onderzocht of er alternatieve locaties zijn voor het CO2-opslagproject. TNO concludeert dat van de 12 geselecteerde locaties alleen Barendrecht en het P06-Zuid gasveld op de Noordzee geen geo-technische minpunten hebben. Een onafhankelijke second opinion van Det Norske Veritas bevestigt de uitkomsten van dit onderzoek.
Veiligheid
Onder leiding van DCMR Milieudienst Rijnmond hebben betrokken veiligheids- en toezichtinstanties een gezamenlijke `Integrale Veiligheidsbeoordeling CO2-opslag Barendrecht' opgesteld. Conclusie van dit onderzoek is dat er geen sprake is van risico's die de wettelijke normen overschrijden. Er zou een beperkte overschrijding van de kans op een ramp met meerdere slachtoffers in de buisleidingenstraat tussen Pernis en Barendrecht kunnen ontstaan. DCMR en de toezichtinstanties achten dit beheersbaar met aanvullende maatregelen.
Gezondheidsklachten
Het RIVM heeft gekeken naar gezondheidsklachten die mogelijk bij omwonenden kunnen ontstaan als gevolg van de opslag van CO2 onder Barendrecht. Het RIVM doet geen voorspelling over de te verwachten omvang van deze gezondheidsklachten bij het doorgaan van het project. Wel doet het RIVM een aantal aanbevelingen om de klachten zoveel mogelijk te beperken.
Basis voor besluit
Met het verschijnen van de drie aanvullende onderzoeken is er voldoende basis voor de ministers Cramer en Van der Hoeven om een definitief besluit te nemen over het project. Een afschrift van de onderzoeksrapporten is aan de Tweede Kamer aangeboden. De vier rapporten zijn ook in te zien op de website van het ministerie van VROM.
Bron: Ministerie van VROM, 29/10/09
|