search
BiogaS International Search
spacer
BiogaS International
Hoofdmenu
Home
Nieuws
4GreenEnergy2
Diensten
Achtergrond informatie
Biomassa
Biogas
Bio-ethanol
Biobrandstoffen
Rijden op aardgas
Mestvergisting
Interessante links
Download
Contact
Zonne-energie
Aardwarmte
spacer

Biochemische achtergrond

Deze paragraaf behandelt de biochemische achtergrond van het vergistingsproces. Aan het vergistingsproces neemt een groot aantal verschillende micro-organismen deel. Dit proces kenmerkt zicht door anaërobe omstandigheden, dat wil zeggen dat het proces zich afspeelt in een zuurstofloze omgeving. De micro-organismen zetten complex, organisch materiaal om in CH4, CO2, H2O, H2S en NH3.


biogas_uit_biomassa.gif


















Figuur: Biogas uit Biomassa.

Het vergistingsproces kan worden opgedeeld in vier fasen. Deze zijn:
  • Hydrolyse
  • Fermentatie (zuurvorming, Acidogenese fase)
  • Acetogenese
  • Methanogenese

    anaerobe_afbraakketen.gif


























Figuur: Anaërobe afbraakketen

Hydrolyse
In de eerste fase van het proces (de hydrolyse) worden complexe, niet opgeloste biopolymeren (dit zijn vetten, eiwitten en koolhydraten) omgezet in minder complexe, opgeloste verbindingen door inwerking van extracellulaire enzymen. Deze enzymen worden gevormd door fermentatieve bacteriën die deze opgeloste stoffen door de celwand en membraan kunnen opnemen, Dit kunnen ze niet bij onopgeloste biopolymeren.

Koolhydraten worden ook wel sachariden genoemd. Zij bestaan uit opgeloste mono- en disachariden en niet opgeloste polysachariden. De mono- en disachariden kunnen al wel in de bacteriecel worden opgenomen, daarom is de hydrolyse alleen voor de polysachariden. Hieronder volgen enkele voorbeelden van sachariden:

Monosachariden:

  • druivensuiker (D-glucose);
  • vruchtensuiker (D-fructose).

Disachariden:

  • moutsuiker (maltose);
  • biet-/rietsuiker (sacharose);
  • melksuiker (lactose).

Polysachariden:

  • amylose (zetmeel);
  • chitine;
  • (hemi-)cellulose


Eiwitten bestaan uit lange ketens van aminozuren. De extracellulaire enzymen knippen de ketens tot losse aminozuren. Een kenmerk van aminozuren is de aanwezigheid van een NH2-groep en een carboxylgroep (COOH). Een voorbeeld van een aminozuur is alanine.

Vetten zijn opgebouwd uit een glycerolmolecuul en drie hogere vetzuren.

Voorbeelden hiervan zijn palmatinezuur en stearinezuur).

Acidogenese
Na het omzetten de niet-opgeloste biopolymeren in minder complexe, opgeloste verbindingen, volgt de acidogenese ofwel de verzuringsfase. In de cellen van de fermentatieve bacteriën worden opgeloste organische verbindingen omgezet in een reeks eenvoudige verbindingen. Een aantal producten die daarbij vrijkomen zijn:

  • vluchtige vetzuren;
  • alcoholen;
  • waterstofgas (H2);
  • koolzuurgas (CO2);
  • ammoniak (NH3).

 

Deze producten hebben door hun samenstelling een verzurende invloed op de omgeving. Daarom wordt de fermentatiefase ook wel de zuurvormende fase genoemd.

Acetogenese
Hierbij vindt biochemische omzetting plaats van de in de fermentatiefase ontstane organische stoffen. Naast azijnzuur (CH3COOH), koolzuurgas (CO2) en waterstof (H2) ontstaat er ook nieuw celmateriaal.

Methanogenese
In deze fase worden azijnzuur, waterstof en koolzuurgas omgezet in biogas. Dit biogas bestaat voornamelijk uit methaangas (CH4) en koolzuurgas. Deze fase wordt ook wel de methaanvormende fase genoemd.

biogasproductieverloop_van_slib.gif














Figuur: biogasproductieverloop


 


 
spacer
Translation