|
Een
biobrandstof is brandstof die wordt gewonnen uit plantaardig of dierlijk
materiaal. Er zijn verschillende vormen van biobrandstof. Voor de ontdekking
van fossiele brandstof
(turf, bruinkool, steenkool, aardolie, teerzand en aardgas) gebruikte men alleen maar biobrandstof
(hout, houtskool, gedroogde uitwerpselen, plantaardige olie of dierlijk vet) en op veel
plekken ter wereld worden deze energiedragers nog steeds gebruikt. De originele
eerste lopende band auto's van Ford zouden zelfs bedoeld zijn geweest om zuiver
op ethanol te rijden.
Fossiele
brandstofvoorraden zijn eindig: ze raken op en het kost miljoenen jaren voordat
ze opnieuw gevormd zijn. Biobrandstoffen zijn duurzaam: planten groeien,
gebruiken tijdens hun groei zonlicht voor het opslaan van koolstofdioxide.
Planten kunnen steeds weer opnieuw geoogst worden. De hoeveelheid CO2 die vrij komt bij het verbranden
van deze brandstof is gelijk aan de hoeveelheid CO2 die gewassen
tijdens hun leven hebben opgenomen.
Onderstaad figuur geeft inzicht in de emissiekarakteristieken van personenauto's op verschillende brandstoffen, met betrekking tot zowel verbetering van de lokale luchtkwaliteit (NOx en fijnstof) als reductie van het klimaateffect (CO2).
Dit figuur is gebaseerd op de uitstoot van de motor zelf.
Beleid
De
doelstelling van de Europese Unie is dat in 2010
5,75% van de gebruikte brandstof in het vervoer van biologische afkomst is.
Hieraan heeft de Nederlandse overheid invulling gegeven door middel van het
Besluit biobrandstoffen wegverkeer 2007. In 2007 moet 2% van de benzine en diesel als
biobrandstof worden geleverd (puur of als bijmenging). Dit aandeel neemt
jaarlijks met 1,25% van het totaal aan diesel en benzine toe. De
bijmengverplichting bij diesel en benzine afzonderlijk stijgt jaarlijks met
0,5%. Vanaf 2008 kan dus meer biobrandstof bij diesel worden bijgemengd om
daarmee aan een deel van de verplichting voor benzine invulling te geven.
Als
vervanger van benzine gelden:
- bio-ethanol;
- biomethanol;
- bioETBE;
- bioMTBE;
- synthetische biobenzine;
- biowaterstof;
- andere producten die
volgens de benzinenormen als component zijn toegestaan.
Als
vervangers van diesel gelden:
- biodiesel;
- biodimethylether;
- biogas;
- onvermengde plantaardige
olie (PPO);
- synthetische biodiesel;
- andere producten die
volgens de dieselnormen als component zijn toegestaan.
Alternatief voor fossiele brandstoffen
Doordat er ruim 100 jaar hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van fossiele
brandstoffen, zijn infrastructuur en verbruikers daarop ingericht. Om bio-energie
gemakkelijk toepasbaar te maken moet het als energiedrager op dezelfde manier
te gebruiken zijn als aardolieproducten, aardgas of steenkool. Daartoe wordt de
grondstof omgezet in een vast, vloeibaar of gasvormig product met een hoge
energiedichtheid.
Er zijn verschillende methoden om uit plantaardig en/of dierlijk materiaal
een brandstof te winnen die gebruikt kan worden zoals men dat van fossiele
brandstof gewend is.
Alcoholische vergisting
Vergisting is een vrij beproefd proces dat
al zeer lang wordt toegepast om plantaardige grondstoffen om te zetten in
vloeibare of gasvormige brandstoffen. Het is een biologisch omzetting, die in
de vrije natuur ook veel voorkomt. Zo ontstaat er bij vergisting van suikers
ethanol (alcohol). In Brazilië rijden veel auto's op ethanol. Deze ethanol wordt
gewonnen uit vergist sap van suikerriet m.b.v. destillatie. In landen zoals Brazilië, de
USA en zo wordt ethanol ook vermengd met gewone benzine. Het gebruik van deze
brandstof vereist dan wel een aanpassing van de motor, maar bij de meeste
moderne autovoertuigen is dit al het geval. Deze brandstof krijgt dan een
benaming verwijzend naar het percentage ethanol. De voordelen van ethanol en
methanol is de zuivere branding: er komt een minimum aan roetdeeltjes vrij.
Auto's rijdend op alcohol gaan dus langer mee. Verder heeft de toevoeging van
alcohol aan benzine het zelfde effect als antivries.
Anaerobe vergisting
Bij een andere anaerobe vergisting
van organisch materiaal ontstaat biogas (methaan). Dit proces wordt toegepast bij
zuivering van rioolwater en bij de verwerking van mest. Met het vrijgekomen
biogas wordt bijvoorbeeld een warmte-kracht
koppeling (WKK) gestookt, die elektriciteit en warmte produceert. Na
zuivering kan het biogas ook aan het aardgasnet worden geleverd.
Pyrolyse
Pyrolyse is een van de oudste methoden. Het
was lange tijd de enige manier om methanol te winnen uit bijvoorbeeld hout, met
houtteer of -olie en houtskool als nevenproducten. Pyrolyse is ook het proces
waarmee de houtgasgenerator
werkte, waarmee men tijdens de Tweede Wereldoorlog
auto's op hout en turf liet rijden (vanwege benzineschaarste). Door middel van pyrolyse kan biobrandstof gewonnen worden
uit gewassen en gewasresten, maar ook diermeel kan hiervoor gebruikt worden.
Het Carbo-V®-proces
Dit proces verloopt in twee stappen;
- In de eerste stap wordt bij
ongeveer 450 °C de biomassa omgezet in cokes en een teerhoudend gas.
Vervolgens wordt de cokes gemalen.
- In de tweede stap wordt bij
ongeveer 1500 °C het teerhoudende gas omgezet in een gas dat bestaat uit
kleinere moleculen. Dit gas wordt gebruikt voor het verhitten van de
gemalen cokes, waardoor deze ook omgezet wordt in gas. Na het zuiveren van
dit gas is het vergelijkbaar met aardgas.
Het HTU®-proces
Dit proces is, simpel voorgesteld, te vergelijken met de vorming van
aardolie, maar dan veel sneller. Biomassa wordt,
vermengd met water, verhit tot ongeveer 350 °C bij een druk van ongeveer 160
bar, gedurende zo'n 15 minuten. Hierbij ontstaat een drab die vergelijkbaar is
met ruwe aardolie. Na een raffinageproces is hier dieselolie, kerosine en zelfs benzine uit te halen, die
wat kwaliteit en eigenschappen betreft vergelijkbaar zijn met dezelfde
producten uit aardolie.
Omdat het proces in water plaatsvindt gelden er weinig eisen voor de
grondstof. Deze hoeft bijvoorbeeld niet droog te zijn, zodat er een ruime keuze
is uit allerlei reststromen van organisch afval. Het vormt daarom een
uitstekend alternatief voor composteren. Bij
composteren komt uiteindelijk net zoveel CO2 vrij als bij
verbranding, maar wanneer het materiaal, in plaats van te composteren, wordt
omgezet in bruikbare brandstof is er nuttige arbeid uit te halen. Echter, de CO2
afgifte is bij verbranding direct terwijl dit bij composteren een veel
geleidelijker proces is van maanden tot jaren. De buffer capaciteit van CO2
bij composteren is derhalve vele malen groter dan bij een verbrandingsproces.
|