Historie biogasproduktie

De eerste tekenen van het gebruik van biogas voeren ons terug naar Perzië ca. 650 jaar na Chr. In de toenmalige Perzische cultuur had vuur een belangrijke betekenis.

1667: Shirley geeft een uitvoerige beschrijving van het rottingsproces waarbij biogas vrij komt.

1776: Volta ontdekt dat bij het rottings- gistingsproces van organisch materiaal vrijgekomen biogas, methaangas het hoofdbestanddeel is.

1859: In een ziekenhuis in Bombay wordt het eerste technische gebruik van biogas aangewend voor verwarming, met als gevolg dat ca 120.000 onverwarmde kleine installaties in India en 7.000.000 in China worden gebouwd.

1868: Bechamp/Popoff ontdekken de microbiële oorsprong van de methaanvorming.

1888: Grayon demonstreert de eerste wetenschappelijke biogasinstallatie voor de leden van Societe des Sciences in Bordeaux, waarbij gas wordt verbrand die van mest en water bij een temperatuur van 35ºC gewonnen werd. Aan de hand hiervan wordt het eerste ontwerp gemaakt voor straatverlichting met biogas in Parijs.

1889: Schloesing demonstreert gisting met gehakselde mest, en ontdekt dat bij het biogasproces geen stikstofontsluiting optreedt.

1896: Straatverlichting met biogas in Engeland en India.

1920: Imhoff ontwikkelt de eerste doorstroom biogasinstallatie uit de toentertijd opgedane kennis en ervaring. Hierdoor kwam er een doorbraak voor rioolzuiveringsinstallaties waar ook de schillenboer aan leverde. Het vrij gekomen biogas werd hierbij voor (stads)verwarming gebruikt. De laatste schillenboer die hieraan leverde was in 1973 in Zürich.

1930: Begin van industrieel gebruik van biogas.

De verdere ontwikkeling in Europa was erg afhankelijk van de olieprijs.

Van 1947 tot 1957 waren er ca. 40 installaties bij boeren die later weer werden stopgezet.

In de energiecrisis van de zeventiger jaren is de biogastechniek weer opnieuw ontdekt, en men is er tot op heden met de verdere ontwikkeling bezig.

Zo ontstonden er Duitsland in de jaren 1980 tot 1985 circa 150 biogasinstallaties op agrarische bedrijven, waarbij een primaire ontwikkeling te zien was in Zuid Duitsland.

In 1996 waren in Denemarken 15 grote biogasinstallaties in bedrijf. Hierbij werd per dag, per installatie 355 m3 biomassa gefermenteerd, hierbij werd 2.8 miljoen m3 biogas geproduceerd, wat overeenkomt met 1.68 miljoen liter stookolie.